Terug naar de gids
AZTRENDEFRESNLRUITSQBSROKYDA

De Qoer'aan wijst de weg naar de wetenschap: Moslimgeleerden

Inhoud
  1. Inleiding
  2. Intelligent ontwerp, oftewel schepping
  3. Religie stimuleert de wetenschap
  4. Religie zorgt ervoor dat de wetenschap de juiste richting krijgt
  5. Religie en wetenschap zijn altijd met elkaar in overeenstemming
  6. De wetenschappelijke wonderen van de Qoer'aan
  7. Gelovige wetenschappers
  8. Gelovige wetenschappers uit het verleden
  9. Andere gelovige wetenschappers uit het verleden
  10. Gelovige wetenschappers van onze tijd
  11. Moslimgeleerden
  12. Andere gelovige wetenschappers van onze tijd
  13. Conclusie
  14. Noten

Wie de geschiedenis van de wetenschap bekijkt, ziet dat de grote meerderheid van de wetenschappers die ontdekkingen hebben gedaan en grote bijdragen hebben geleverd aan de ontwikkeling van de wetenschap, een sterk geloof in Allah bezat. De meest opvallende voorbeelden van hoe het geloof in Allah de ontwikkeling van de wetenschap heeft bevorderd, zijn echter te vinden in de geschiedenis van de islam. De moslimgeleerden, die opgroeiden met de moraal van de islam en hun hele leven en wetenschappelijke werk bouwden op de verzen van de Qoer'aan, hebben zeer grote diensten bewezen aan de hoogstaande beschaving die vandaag is bereikt.

Met de verspreiding van de islamitische moraal deed de grote meerderheid van de moslimwetenschappers ontdekkingen die de grondslag vormen van de moderne wetenschap. Wie naar de geschiedenis van de islam kijkt, ziet namelijk dat samen met de moraal van de Qoer'aan ook de wetenschap haar intrede deed in het Midden-Oosten.

De moslimwetenschappers namen allereerst de wetenschappelijke en technologische vernieuwingen als uitgangspunt die in andere staten werden waargenomen, in het Westen in Rome en in het Oosten in de eerste plaats in China, en vertaalden belangrijke bronnen. Uit deze verzameling kennis verwijderden zij wat vanuit het oogpunt van geloof en techniek onjuist en ongerijmd was, en maakten haar zo nuttig voor zichzelf. Na dit werk begonnen zij, door de verworven kennis te beoordelen en te interpreteren, de wetenschap en de technologie te dienen.

In de periode die in de achtste eeuw begon en tot de vijftiende eeuw duurde, behaalden de moslimgeleerden belangrijke resultaten op veel gebieden, zoals de exacte wetenschappen, de geneeskunde, de sterrenkunde, de wiskunde en de scheikunde, en in korte tijd maakten zij zich op het gebied van de beschaving bekend aan de wereld. In dit tijdperk, dat ‘de Gouden Eeuw van de islam’ en ‘de islamitische renaissance’ wordt genoemd, droegen de moslimgeleerden met hun ontdekkingen op vele gebieden bij aan de ontwikkeling van de wetenschap en wezen zij zo de weg aan de geleerden die na hen kwamen. Howard R. Turner zei in zijn boek Science in Medieval Islam (‘Wetenschap in de middeleeuwse islam’) het volgende over dit tijdperk:

“Moslimkunstenaars en -wetenschappers, vorsten en arbeiders bouwden samen een weergaloze cultuur op die direct en indirect invloed heeft gehad op samenlevingen op alle continenten.”175

Het ‘Bayt al-Hikma (Huis der Wijsheid)’ en de invloed van de moslimgeleerden op de wereldgeschiedenis

Door de veroveringen die zij in de zevende en achtste eeuw deden, stichtten de moslims een groot rijk dat tot dan toe in de wereld zijn weerga niet kende. In de achtste eeuw verplaatste de Abbasidische kalief de hoofdstad van het rijk van Damascus naar Bagdad en legde hij de grondslag voor het ‘Bayt al-Hikma’, dat in de westerse wereld bekendstaat als het ‘Huis der Wijsheid’. Dankzij het werk van de moslimgeleerden werd het ‘Bayt al-Hikma’ een wetenschappelijk centrum zonder weerga in de wereld op gebieden als de wetenschap, de filosofie, de geneeskunde en het onderwijs. Veel wetenschappelijke werken uit de beschavingen van het oude Rome, China, India, Irak, Egypte, Noord-Afrika, Griekenland en Byzantium werden in het ‘Bayt al-Hikma’ in het Arabisch vertaald, en de moslimgeleerden vervolmaakten de kennis in deze werken en werden zo de grondleggers en pioniers van veel wetenschapsgebieden van onze tijd. In de geschiedenis van de wetenschap staan deze eeuwen bekend als de ‘Arabische wetenschap’, omdat het Arabisch gedurende deze hele periode wereldwijd als de moedertaal van de wetenschap werd erkend. Daarnaast leverde ook het werk op het gebied van wetenschap en kunst dat door moslimgeleerden werd verricht in de Omajjadische staat van al-Andalus, die in 756 in Andalusië in Zuid-Spanje werd gesticht, belangrijke bijdragen aan de wereldgeschiedenis van wetenschap en kunst.

Dankzij het werk van de moslimgeleerden werd het Bayt al-Hikma een internationaal wetenschappelijk centrum.
Dankzij het werk van de moslimgeleerden werd het Bayt al-Hikma een internationaal wetenschappelijk centrum.

Robert Briffault schreef hierover in zijn boek The Making of Humanity (‘De vorming van de mensheid’) het volgende:

“Wat de wetenschap van onze tijd aan de Arabische wetenschap verschuldigd is, bestaat niet uit verrassende ontdekkingen of revolutionaire theorieën: de wetenschap is de Arabische cultuur veel meer verschuldigd, zij heeft er haar bestaan zelf aan te danken. De oudheid was, zoals wij die zien, voorwetenschappelijk. De sterrenkunde en de wiskunde van de Grieken waren een uitheemse import die nooit helemaal in het klimaat van de Griekse cultuur ingeburgerd raakte. De Grieken systematiseerden, generaliseerden en theoretiseerden, maar geduldige onderzoeksmethoden, het verzamelen van betrouwbare kennis, nauwgezette wetenschappelijke methoden, uitvoerige en langdurige waarneming en experimenteel onderzoek waren de Grieken volkomen vreemd... Wat wij wetenschap noemen, ontstond in Europa als gevolg van een nieuwe geest van onderzoek, van nieuwe onderzoeksmethoden, van de methoden van experiment, waarneming en meting, en van de ontwikkeling van de wiskunde in een vorm die de Grieken niet kenden. Deze geest en deze methoden werden door de Arabieren in de westerse wereld geïntroduceerd.”176

In een ander deel van hetzelfde boek verwoordde Briffault ook de bijdrage van de islamitische beschaving aan Europa als volgt:

“De wetenschap is de belangrijkste bijdrage van de Arabische beschaving aan de moderne wereld, maar haar vruchten rijpten langzaam. Pas lang nadat de Moorse cultuur in duisternis was weggezonken, stond de reus die zij had voortgebracht in zijn volle kracht op. Het was niet alleen de wetenschap die Europa weer tot leven bracht. Het licht dat de islamitische beschaving bracht, verlichtte het leven van de Europeanen opnieuw.”177

George Sarton, die geldt als een van de grondleggers van de wetenschapsgeschiedenis, verwoordde de diensten van de moslims aan de geschiedenis van de wetenschap met de woorden: ‘De belangrijkste verworvenheid van de middeleeuwen was het ontstaan van de experimentele geest, en dat was in werkelijkheid tot in de twaalfde eeuw aan de moslims te danken.’178 Oliver Joseph Lodge schreef in zijn werk Pioneers of Science (‘Pioniers van de wetenschap’) het volgende over de vitale rol die de Arabieren na de verspreiding van de islam in de geschiedenis van de wetenschap op zich namen:

“De enige werkzame schakel tussen de oude en de nieuwe wetenschap werd door de Arabieren gelegd. De donkere eeuwen verschijnen in de wetenschapsgeschiedenis van Europa als een volstrekte leegte, en gedurende meer dan duizend jaar was er nergens anders dan in Arabië een geleerde van betekenis.”179

Enkele van de moslimgeleerden die zich in het licht van de Qoer'aan op de wetenschap richtten en successen behaalden die tot in onze tijd voortleven, zijn:

Jabir ibn Hayyan (721-805)

Jabir ibn Hayyan, die in de westerse wetenschappelijke wereld ‘Geber’ wordt genoemd en een van de bekendste moslimgeleerden is, wordt in de westerse wetenschappelijke wereld door iedereen erkend als ‘de vader en grondlegger van de scheikunde’.180 Zo is ook het woord ‘alchemy’, het Engelse equivalent van het woord scheikunde, als gevolg van het werk van Jabir ibn Hayyan afgeleid van het Arabische woord ‘al-kimiya’.

Jabir ibn Hayyan, bekend als de vader van de scheikunde.
Jabir ibn Hayyan, bekend als de vader van de scheikunde.

Jabir ibn Hayyan is de wetenschapper die, duizend jaar voordat de atoombom werd gemaakt, als eerste zei dat het atoom gesplitst kon worden en dat daarbij een grote kracht zou vrijkomen. De woorden van Hayyan hierover luiden:

“In het ‘juz’ la yatajazza’’ (het atoom), het kleinste deeltje van de materie, zit veel energie. Men kan niet zeggen dat het niet gesplitst kan worden, zoals de Griekse geleerden beweren. Ook het kan gesplitst worden. En wanneer het gesplitst wordt, ontstaat er zo’n kracht (energie) dat Bagdad op zijn kop gezet kan worden. Dit is een teken van de macht van Allah, de Verhevene.”181

Jabir ibn Hayyan hielp de scheikunde zowel op theoretisch als op praktisch gebied grote vooruitgang te boeken. Hij is de geschiedenis ingegaan als de wetenschapper die het eerste scheikundige laboratorium ter wereld oprichtte. Hij verklaarde de synthese van belangrijke chemische stoffen, identificeerde veel chemische stoffen en gaf ze de Arabische namen die nog in onze tijd worden gebruikt.182 Door gevoelige meetinstrumenten te maken die in de scheikunde worden gebruikt, voerde hij chemische methoden als kristallisatie, destillatie, calcinatie en sublimatie in de scheikunde in.183 Naast veel zuren, zoals zwavelzuur en salpeterzuur, ontdekte hij ook natriumcarbonaat en kalium.184 Hij vervaardigde papier dat niet in de vlam verbrandt en deed veel ontdekkingen op gebieden als het bruikbaar maken van verschillende metalen, het verbeteren van staal, het vernissen van waterdichte stoffen, het vergulden ter voorkoming van roest en het winnen van verfstoffen en oliën.185 Jabir ibn Hayyan hield zich niet alleen met scheikunde bezig, maar ook met wetenschapsgebieden als de geneeskunde, de sterrenkunde, de logica, de filosofie, de natuurkunde en de mechanica, en schreef daarover werken. Het is bekend dat Jabir ibn Hayyan ongeveer 200-500 werken schreef op wetenschapsgebieden als de geneeskunde, de natuurkunde, de sterrenkunde en de filosofie, en in de eerste plaats de scheikunde. Veel van deze werken gingen later echter verloren; slechts 27 ervan werden tussen 1473 en 1710 in het Latijn en het Duits gedrukt in Neurenberg, Frankfurt en Straatsburg.

Al-Khwarizmi (780-850)

Abu Abdullah Muhammad ibn Musa al-Khwarizmi, een van de grootste geleerden van zijn tijd, is een wiskundige, sterrenkundige en geograaf die diepe sporen heeft nagelaten in de westerse wetenschappelijke wereld. Al-Khwarizmi bracht een groot deel van zijn leven door in het ‘Bayt al-Hikma’ in Bagdad. Hij was de islamitische geleerde die de algebra en de wetenschap van het algoritme grondvestte en deze wetenschappen hun naam gaf.186 Omdat de naam van al-Khwarizmi in Europa in het Latijn als ‘Algorismi’ werd uitgesproken, kreeg de methode die hij vond de naam ‘algoritme’.187 Al-Khwarizmi is de auteur van ‘Kitab al-Mukhtasar fi Hisab al-Jabr wa’l-Muqabala’ (‘Beknopt boek over het rekenen door aanvullen en vereffenen’), het eerste werk op het gebied van de algebra. Het werk begint met deze zin:

“Algorismi zegt: lof en dank zij Allah, onze Heer en Beschermer.” Al-Khwarizmi is de eerste persoon in de wetenschappelijke wereld van het Oosten die een werk over de algebra schreef. Dit wetenschapsgebied was daarvoor zeer weinig ontwikkeld, en men was begonnen het als een van de meetkunde onderscheiden wetenschap te beschouwen. Het oplossen van vergelijkingen van de eerste graad was mogelijk geworden, maar de wortels van vergelijkingen van de tweede graad bleven nog onbegrepen. Al-Khwarizmi is met zijn tweede boek ‘al-Jabr wa’l-Muqabala’ de eerste die op systematische wijze de oplossing van vergelijkingen van de tweede graad liet zien. Al-Khwarizmi legde de methoden in zijn werk uit met het talent van een leraar en bewees deze regels langs meetkundige weg.

Abu Abdullah Muhammad ibn Musa al-Khwarizmi, die met zijn werk op wetenschapsgebieden als de sterrenkunde, de wiskunde en de geografie diepe sporen heeft nagelaten in de westerse wetenschappelijke wereld.
Abu Abdullah Muhammad ibn Musa al-Khwarizmi, die met zijn werk op wetenschapsgebieden als de sterrenkunde, de wiskunde en de geografie diepe sporen heeft nagelaten in de westerse wetenschappelijke wereld.

In dit boek, waarvan het origineel aan de Universiteit van Oxford wordt bewaard, legde hij als eerste ter wereld het decimale talstelsel uit en liet hij bovendien als eerste zien hoe problemen kunnen worden opgelost door vergelijkingen op te stellen. Daarnaast werden in dit boek veel nieuwe termen gebruikt die daarvoor onbekend waren, zoals de vierkantswortel, oneven en oneven getal.188 Dit werk van al-Khwarizmi markeerde het begin van een zeer belangrijke vooruitgang in de geschiedenis van de wiskunde en gold meer dan 600 jaar lang als de basis voor het wiskundeonderwijs. Geleerden als Roger Bacon en Fibonacci bestudeerden zijn werk met bewondering en maakten er in hun lessen gebruik van. Tot het eind van de zestiende eeuw (1598-1599) was dit werk van al-Khwarizmi de enige bron van de algebra.

Al-Khwarizmi, die naast de wiskunde in verschillende sterrenwachten werkzaam was, schreef ook werken over sterrenkunde en geografie. Hij schreef werken over zonnewijzers en uurwerken.189 Al-Khwarizmi mat ook de lengte van één meridiaangraad van de aardbol.

Thabit ibn Qurra (821-901)

Thabit ibn Qurra is een van de islamitische geleerden die specialist waren op het gebied van de wiskunde, de sterrenkunde en de geneeskunde. In zijn tijd bracht hij op al deze gebieden zeer grote vooruitgang teweeg en tekende hij vooral voor vernieuwingen in de meetkunde en de algebra.190 George Rivoire, een van de geleerden die de oosterse beschavingen bestuderen, lichtte de bijdragen van Thabit ibn Qurra aan de meetkunde toe met de woorden: ‘De toepassing van de algebra op de meetkunde hebben we aan de moslims te danken. En dat is het werk van Thabit ibn Qurra, die in 900 overleed.’

Dit handschrift, dat in het archief van de sterrenwacht van Kandilli wordt bewaard, werpt licht op het werk van de moslimgeleerden op het gebied van de astrologie.
Dit handschrift, dat in het archief van de sterrenwacht van Kandilli wordt bewaard, werpt licht op het werk van de moslimgeleerden op het gebied van de astrologie.
De moslimgeleerden hebben op veel gebieden opmerkelijk werk verricht.
De moslimgeleerden hebben op veel gebieden opmerkelijk werk verricht.

Het is bekend dat Thabit ibn Qurra, die zich bezighield met wiskunde, sterrenkunde, astrologie, geneeskunde en vertaling, 79 werken schreef. Daarvan gaan er 21 over geneeskunde, 2 over muziek en de overige 25 over wiskunde en filosofie.

Thabit ibn Qurra ontdekte de sinusregel en paste die toe op de sterrenkunde. Daarnaast gaf hij een algemeen bewijs van de stelling van Pythagoras.191 Hij is de islamitische geleerde die, uitgaande van een in 360 meridianen verdeelde omtrek van de aarde, de lengte van de evenaar berekende en daarmee de straal van de aarde vond.192 Gebruikmakend van de kennis van Euclides begon Thabit ibn Qurra op het gebied van de algebra de oplossing van meer algemene formules te laten zien. Carl B. Boyer zei in zijn boek A History of Mathematics (‘Een geschiedenis van de wiskunde’) het volgende over deze bekwame wiskundige:

“De negende eeuw n.Chr. was de gouden eeuw van de moslimwiskundigen. De eerste helft van de eeuw droeg het stempel van al-Khwarizmi, de tweede helft dat van Thabit ibn Qurra. Al-Khwarizmi en Euclides lijken als ‘grondleggers’ op elkaar. Thabit ibn Qurra daarentegen is, net als Pappus, een commentator van de hogere wiskunde...”193

Al-Farghani (negende eeuw)

Hij is de grote geleerde op het gebied van de sterrenkunde en de wiskunde die in de negende eeuw leefde en de schuinte van de ecliptica ontdekte en ontdekte dat ook de zon beweegt. Al-Farghani, afkomstig uit de streek Fergana in Turkestan, deed op ervaring gebaseerd onderzoek op het gebied van de sterrenkunde, de wiskunde, de geografie en de mechanica.194 Hij bestudeerde de bewegingen van de hemellichamen en deed er onderzoek naar. Hij schreef commentaren die veel weerklank vonden over de in de sterrenkunde aanvaarde beweringen van Ptolemaeus. Hij onderzocht de omvang van het heelal en de planeten en de afstanden daartussen. De berekeningen die hij op grond van zijn onderzoek maakte, werden in de westerse sterrenkunde tot Copernicus als onveranderlijke maten aanvaard en honderden jaren lang gebruikt.

Door het onderzoek van al-Farghani werd voor het eerst ontdekt dat ook de zon een baan heeft en van west naar oost om haar eigen as draait. Daarnaast werd door zijn astronomisch onderzoek, dat 41 jaar duurde, ook de afstand tussen de breedtecirkels bepaald.195 Een van de opmerkelijkste werken van al-Farghani is de methode die hij ontdekte om zonsverduisteringen van tevoren te bepalen. In 842 bepaalde al-Farghani met deze methode van tevoren een zonsverduistering.196 Het belangrijkste van de zes astronomische werken van al-Farghani die tot onze tijd bewaard zijn gebleven, is ‘Jawami’ Ilm al-Nujum wa’l-Harakat al-Samawiyya’ (‘De beginselen van de sterrenkunde en van de bewegingen van de hemellichamen’). Handschriften van dit astronomische boek over de beweging van de hemellichamen worden bewaard in Oxford, Parijs, Caïro en in de bibliotheek van de Princeton University in Amerika.

Zijn werk op het gebied van de sterrenkunde, de wiskunde, de geografie en de mechanica leidde tot de ontwikkeling van deze wetenschapsgebieden en tot de versterking van hun grondslagen. In die tijd is de invloed van al-Farghani zichtbaar in de werken van alle geleerden uit Turkestan en van de Europese wetenschappers. Zijn werken, die in het Latijn werden vertaald, werden eeuwenlang als leerboeken gebruikt aan Europese universiteiten. De waarde die al-Farghani, in de westerse wereld bekend onder de naam ‘Alfraganus’, vond voor de omtrek van de aarde (ongeveer 40.253.700 meter), speelde een aanmoedigende rol bij het verwezenlijken van het plan van Christoffel Columbus om India te bereiken door de Atlantische Oceaan over te steken. Columbus zegt hierover:

“Tijdens mijn reizen heb ik de route van Lissabon naar Guinee nauwkeurig waargenomen en voor elke graad de waarde van Alfraganus gevonden, namelijk 56 2/3 mijl. Op deze meting moeten we vertrouwen.”197

Al-Battani (859-929)

Al-Battani, geleerde op het gebied van de wiskunde, de sterrenkunde en de geografie, deed veel belangrijke ontdekkingen, vooral op het gebied van de sterrenkunde. Al-Battani, in het Westen bekend als ‘Albategnius’, wordt zelfs vandaag nog beschouwd als een van de twintig beroemdste sterrenkundigen ter wereld. In de sterrenwacht die hij in 877 oprichtte, bestudeerde al-Battani de bewegingen van de zon, de maan en de planeten en verzamelde hij al deze waarnemingen in de astronomische catalogus ‘Zij al-Sabi’. Deze catalogus is het grootste en meest omvattende werk dat over dit onderwerp is geschreven.

De beroemde sterrenkundige berekende de schuinte van de ecliptica van de aarde, die Copernicus, die vijf eeuwen na hem leefde, berekende als 23° 35’, als 23° en slaagde erin de in onze tijd bekende hoekwaarde te bepalen met een verschil van een halve minuut. Daarnaast ontdekte hij dat een zonnejaar bestaat uit 365 dagen, 5 uur, 46 minuten en 24 seconden. Deze ontdekking ligt uiterst dicht bij de berekeningen van onze tijd. Hij ontdekte ook dat de lengte van het apogeum van de zon sinds de ontdekking van Ptolemaeus met 16° 47’ was toegenomen. Dit resultaat is een belangrijke ontdekking die de baanbewegingen van de zon laat zien en het feit dat er kleine verschillen in de tijdsvereffening optreden.

Al-Battani is een van de grootste sterrenkundigen en wiskundigen van zijn tijd.
Al-Battani is een van de grootste sterrenkundigen en wiskundigen van zijn tijd.

Op het gebied van de wiskunde is hij de eerste die sinussen gebruikte in plaats van de Griekse koorden. Al-Battani, die wordt beschouwd als de ware grondlegger van de nieuwe goniometrie, specialiseerde zich in zijn werk in de boldriehoeksmeting en bracht, door rechte hoeken te bestuderen, de begrippen sinus, cosinus, tangens, cotangens, secans en cosecans naar voren.198 Hij schreef veel werken over sterrenkunde en goniometrie. Zijn werk op het gebied van de sterrenkunde liet tot de renaissance zijn sporen na in Europa, en zijn ontdekkingen in de sterrenkunde en de goniometrie droegen bij aan de ontwikkeling van deze wetenschappen.199 Al-Battani, die geldt als een van de eerste moslimgeleerden van wie de werken in het Latijn werden vertaald, bouwde het eigenlijke doel van zijn wetenschappelijke werk op deze grondslag:

“De mens kan het bestaan van Allah, Zijn eenheid, Zijn macht en de volmaaktheid van Zijn werken leren kennen door middel van de wetenschappen, in de eerste plaats de sterrenkunde. Deze zichtbare sterren bijvoorbeeld, deze aarde waarop wij leven en de bewegingen van de aarde zijn een duidelijk bewijs van het bestaan en de eenheid van Allah.”200

Abu al-Qasim al-Zahrawi (936-1013)

Dat de chirurgie een zelfstandige wetenschap werd, is te danken aan de Andalusiër al-Zahrawi. Al-Zahrawi voerde chirurgische operaties uit die tot zijn tijd niemand anders had kunnen uitvoeren, en vond methoden en instrumenten uit. Al-Zahrawi wordt beschouwd als de arts van die tijd die zich het meest omvattend en het serieust met de geneeskunde bezighield. De belangrijkste factor die bijdroeg aan de verbreiding van zijn roem, was zijn beroemde werk ‘al-Tasrif’. Dit boek, dat uit twee banden en dertig delen bestaat, is een werk van negenhonderd bladzijden, en de eigenlijke titel ervan is ‘Kitab al-Tasrif li-man ‘Ajiza ‘an al-Ta’lif’. Dit werk werd de standaardencyclopedie die in het Westen werd gebruikt. ‘Al-Tasrif’ is het eerste boek waarin naast de beschrijvingen van chirurgische instrumenten ook afbeeldingen van deze instrumenten zijn opgenomen. Veel van deze chirurgische instrumenten, waarvan het aantal oploopt tot 200, zijn nieuwe instrumenten die nog nooit eerder bij een operatie waren gebruikt. Enkele van de successen van al-Zahrawi op het gebied van de geneeskunde zijn:

Al-Zahrawi vervolmaakte veel delicate operaties verder, waaronder het verwijderen van een dode foetus en de amputatie (het afzetten van ledematen).201 Hij vatte de chirurgische kennis van zijn tijd samen en bracht nieuwe ideeën en methoden in de medische wereld, zoals het uitvoeren van operaties op levende dieren voor experimenten.

Al-Zahrawi is de arts die als eerste in de geschiedenis hemofilie beschreef (een ernstige bloedziekte waarbij de stollingsgraad van het bloed laag is).202 Hij is de eerste die breuken van het bekken behandelde.203 Ook stelde al-Zahrawi als eerste vast hoe nierstenen kunnen worden verwijderd.

Hij maakte als eerste een origineel instrument, ‘senanir’ genoemd, om neuspoliepen schoon te maken en te verwijderen.

Hij voerde voor het eerst een breukoperatie uit en gebruikte bij zijn operaties eigen methoden van verdoving.

Al-Zahrawi staat bekend als de eerste arts die voorstelde rotte tanden met lood te vullen voordat ze getrokken werden, zodat ze getrokken konden worden zonder te breken.

Hij gebruikte de instrumenten die tijdens operaties nodig waren, nadat hij ze met een eigen methode van microben had gereinigd. Deze reiniging voerde hij uit met een stof die ‘ma’ al-safra’ werd genoemd. Onderzoek in onze tijd heeft aangetoond dat deze stof de eigenschap heeft bacteriën te doden.

Hiernaast is een bladzijde te zien uit de Latijnse vertaling van het werk ‘Kitab al-Tasrif li-man ‘Ajiza ‘an al-Ta’lif’ van al-Zahrawi. Al-Zahrawi vond op het gebied van de geneeskunde zeer gevoelige en verfijnde instrumenten uit en gebruikte ze.
Hiernaast is een bladzijde te zien uit de Latijnse vertaling van het werk ‘Kitab al-Tasrif li-man ‘Ajiza ‘an al-Ta’lif’ van al-Zahrawi. Al-Zahrawi vond op het gebied van de geneeskunde zeer gevoelige en verfijnde instrumenten uit en gebruikte ze.

Dat al-Zahrawi als eerste dierendarm gebruikte om wonden te hechten, is door westerse wetenschappers erkend. De darmvezels (catgut) in de hedendaagse moderne steriele verpakkingen zijn vanaf al-Zahrawi tot in onze tijd overgeleverd.204 Volgens Donald Campbell ‘trok bij al-Zahrawi vooral de aandacht van de Europese geleerden hoe gemakkelijk hij bij een bevalling de foetus naar buiten haalde. Zijn methode overschaduwde die van Galenus, behield vijfhonderd jaar lang haar voorsprong in Europa en droeg bij aan de ontwikkeling van de chirurgische standaarden in het christelijke Europa.’205

Ibn al-Haytham (965-1040)

De grootste islamitische natuurkundige van de middeleeuwen is Ibn al-Haytham. Het werk van Ibn al-Haytham over het licht, ‘Kitab al-Manazir’ (Opticae Thesaurus, ‘De schat van de optica’), werd in het Latijn vertaald en beïnvloedde in het Westen het onderzoek van natuurkundigen als Roger Bacon. Terwijl men in de oudheid dacht dat het zien ontstaat doordat licht uit het oog treedt en het voorwerp bereikt, bewees al-Haytham juist het omgekeerde: dat het licht van het voorwerp naar ons toe komt. Ibn al-Haytham gaf als eerste een natuurkundige verklaring van het zien. Daarnaast schreef Ibn al-Haytham, die ook wiskundige en filosoof was, meer dan honderd werken en werd hij beschouwd als een grote autoriteit op alle wetenschapsgebieden van zijn tijd.206

Al-Biruni (973-1051)

Al-Biruni, die in de islamitische wereld geldt als de grootste geleerde op het gebied van wetenschap en religie van de tiende en elfde eeuw, was in de wereldgeschiedenis van de wetenschap de grootste sterrenkundige, wiskundige, etnograaf, historicus en filosoof van zijn tijd. Zijn werken worden in de westerse wetenschappelijke wereld nog steeds als bron gebruikt. Het tijdschrift Courier van de UNESCO, dat in 25 talen verschijnt, plaatste op de omslag van het nummer van juni 1974 de woorden: ‘Al-Biruni, een universeel genie dat 1000 jaar geleden in Centraal-Azië leefde: sterrenkundige, historicus, botanicus, farmacoloog, geoloog, dichter, denker, wiskundige, geograaf en humanist’.

Al-Biruni, die ervoor zorgde dat de eeuw waarin hij leefde ‘de eeuw van al-Biruni’ werd genoemd, en van wiens werken nog eeuwen na zijn tijd gebruik werd gemaakt, liet niet alleen in de islamitische wereld, maar in de hele wereld zijn sporen na.207 Al-Biruni, die van Turkse afkomst was, verklaarde dat de mensheid, doordat de Turken de islam aannamen en deze beschaving zich zo over zeer uitgestrekte gebieden verbreidde, grote winst had geboekt, vooral op het gebied van de wetenschap.

Hoewel algemeen wordt aangenomen dat de wet van de zwaartekracht door de Engelse wetenschapper Newton is ontdekt, was al-Biruni de eerste die onderzoek naar dit onderwerp deed. Daarnaast sprak hij negen en een halve eeuw geleden de gedachte uit, die in onze tijd wordt besproken, dat de landmassa’s naar het noorden schuiven. Al-Biruni, die in zijn tijd als eerste sprak over het bestaan van Kaap de Goede Hoop, gaf ook uitvoerige informatie over Noord-Azië en Noord-Europa en sprak bovendien vijf eeuwen vóór Christoffel Columbus over het Amerikaanse continent en Japan.208 Hij begon zijn werk op het gebied van de sterrenkunde in 995 met het berekenen van de helling van de zon en de planeten. Hij merkte op dat de snelheid van het licht in vergelijking met die van het geluid buitengewoon groot is.209 Al-Biruni formuleerde als eerste het verband dat in de goniometrie bekendstaat als de cosinusregel, paste de meetkunde toe op de plantkunde, stelde zeer originele feiten over vogels vast en schreef veel boeken op zeer uiteenlopende gebieden.

Al-Biruni is een van de grootste geleerden van zijn tijd op het gebied van de natuurwetenschappen en de exacte wetenschappen.
Al-Biruni is een van de grootste geleerden van zijn tijd op het gebied van de natuurwetenschappen en de exacte wetenschappen.

Hij ontdekte dat het licht sneller is dan het geluid. Zoals hij de verschillen tussen warm en kokend water aan het licht bracht, ontdekte hij ook de uitzettende werking van warmte op metalen.210 In zijn werk ‘Kitab al-Jamahir fi Ma’rifat al-Jawahir’ (‘Over de eigenschappen van edelstenen’) berekende hij de gewichten van 23 vaste stoffen en 6 vloeistoffen op een manier die zeer dicht bij de huidige waarden ligt.211 Al-Biruni bepaalde de relatieve dichtheden met een instrument dat hij het kegelvormige instrument noemde en dat wordt beschouwd als de oudste pyknometer (een instrument om de dichtheid te meten). Om de verschillende kenmerken van de hemel en het aardoppervlak, de breedte- en lengtecirkels, de continenten en de zeeën te tonen, maakte hij een globe met een doorsnede van zeven meter. Met dit werk verwierf hij in de geschiedenis de naam van de eerste geleerde die de aarde op een bol in kaart bracht.212 Zijn werk ‘Nihayat al-Amakin’ (‘De grenzen van de plaatsen’) bestreek verschillende gebieden, van de geografie tot de geologie en de geodesie (het bepalen van de vorm van de aardbol en het opmeten van het aardoppervlak).213 Het belangrijkste werk van al-Biruni op het gebied van de sterrenkunde is zijn encyclopedie ‘al-Qanun al-Mas’udi’ (‘De canon van Mas’ud’). In dit werk staat, naast veel nieuwe ontdekkingen, ook een deel over de goniometrie. Al-Biruni, die zich verzette tegen de regels van Ptolemaeus en Aristoteles en stelde dat de aarde niet stilstaat, maar een draaiende massa is, legde volgens wetenschapshistorici de grondslag van de moderne sterrenkunde.

Het geloof van al-Biruni in Allah

Al-Biruni leerde Ibn Sina kennen in de bibliotheek van Buchara, en zij maakten gebruik van elkaars kennis. De geleerden van Buchara hadden een gezonde traditie van kennisuitwisseling. Ze hielden wat ze wisten niet voor anderen verborgen en deelden het graag.214 Al-Biruni haalde in verband met de algebra, de meetkunde en de geografie een vers uit de Qoer'aan aan, gaf commentaar op het onderwerp van het vers, verbond wetenschap en religie en zei dat zijn doel bij het bestuderen van de wetenschap was Allah te leren kennen en de waarheid te vinden. Zijn werken worden in de westerse wetenschappelijke wereld nog altijd als bronwerken gebruikt.

Hiernaast worden enkele voorbeelden van het werk van al-Biruni getoond.
Hiernaast worden enkele voorbeelden van het werk van al-Biruni getoond.

In zijn boek ‘De canon over de aarde en de sterren’ bewees al-Biruni dat de sterren en de planeten bolvormig zijn, en door te bewijzen dat de aarde om de zon draait en de maan om de aarde, legde hij deze waarheden zes eeuwen vóór de westerse wetenschappers uit.215 Al-Biruni, die de diameter van de aarde wist te berekenen met een beroemde regel die naar hem is genoemd, vond de straal van de aarde met een verschil van slechts 14 kilometer.216 Het boek ‘Geschiedenis van India’ van al-Biruni, dat zeer waardevolle informatie over India geeft, werd in alle westerse talen vertaald en werd een onvervangbare bron voor geleerden op het gebied van geografie en geschiedenis. In de tijd dat hij in India was, vertaalde hij veel Arabische bronnen in het Sanskriet en enkele Sanskriete boeken in het Arabisch, en zo sloeg hij de eerste culturele brug tussen de islamitische en de Indiase beschaving.217 Al-Biruni verrichtte zijn wetenschappelijke werk met verwijzing naar de wijsheden in de verzen. In veel verzen van de Qoer'aan vestigt Allah de aandacht op het belang van de waarheden van het geloof. In de verzen van Soerah Fatir, waarin voorbeelden van de waarheden van het geloof worden gegeven, wordt het volgende meegedeeld:

“Zie je dan niet dat Allah water uit de hemel laat neerdalen? Daarmee brengen Wij dan vruchten van verschillende kleuren voort, en in de bergen zijn er strepen, wit en rood, van verschillende kleuren, en gitzwarte. Ook onder de mensen, de dieren en het vee zijn er op dezelfde wijze verschillende kleuren. Onder Zijn dienaren vrezen alleen de geleerden Allah. Voorwaar, Allah is de Almachtige, de Vergevensgezinde!”

Soerah Fatir, 27-28

Ook al-Biruni kwam tot wetenschappelijke waarheden met verwijzing naar de wijsheden in de verzen. Zo verklaarde hij met dit vers dat de zon in het noorden van de aarde maandenlang niet opkomt en, wanneer zij opkomt, niet ondergaat:

“Totdat hij, toen hij de plaats bereikte waar de zon opkomt, vond dat zij opkwam over een volk voor wie Wij tegen haar geen enkele beschutting hadden gemaakt.”

Soerah al-Kahf, 90

Al-Biruni toonde dit aan door voor een lamp een bol te plaatsen die de aarde voorstelde en die rond te draaien.218 Al-Biruni stuurde het geschenk terug van sultan Mas’ud, die hem voor zijn boek goud en juwelen ter waarde van het gewicht van een olifant had gestuurd, en zei: ‘Ik heb dit boek niet voor rijkdom geschreven, maar voor de wetenschap.’219

Ibn Sina (980-1037)

Ibn Sina, die door alle wetenschappelijke kringen in de wereld wordt erkend als een van de waardevolste geleerden die ooit hebben geleefd, had zich al op achttienjarige leeftijd alle wetenschappen van zijn tijd eigen gemaakt. Zijn werk ‘al-Qanun fi’l-Tibb’ (‘De canon van de geneeskunde’), dat als een meesterwerk van de geneeskunde wordt beschouwd en kortweg bekendstaat als ‘al-Qanun’, is verdeeld in delen over fysiologie, hygiëne (de bescherming van de gezondheid), behandeling en farmacologie (de wetenschap van de geneesmiddelen). Dit werk, een grote medische encyclopedie in vijf banden van ongeveer een miljoen woorden, heeft de medische literatuur eeuwenlang de weg gewezen, zowel door zijn inhoud als door zijn opzet. Vanaf de dertiende eeuw werd het als leerboek gebruikt aan Europese universiteiten en was het ook het belangrijkste leerboek aan de universiteiten van Montpellier en Leuven, beroemde medische faculteiten van het toenmalige Frankrijk. Tot het ontstaan van de nieuwe geneeskunde na hem gold het als de bron waarop werken in het Turks, Arabisch, Perzisch en verschillende westerse talen zich baseerden. Een groot deel van de medische kennis die in ‘al-Qanun’ wordt behandeld, heeft ook vandaag nog haar waarde behouden.

Te zien is het werk van Ibn Sina, bekend als de grote arts, met zijn kennis over de lever, de longen, het hart en de hersenen.
Te zien is het werk van Ibn Sina, bekend als de grote arts, met zijn kennis over de lever, de longen, het hart en de hersenen.
Rechts is de miniatuur van een apotheek te zien in een vijftiende-eeuws handschrift van een werk van Ibn Sina. Hieronder staat een afbeelding van Ibn Sina aan het werk.
Rechts is de miniatuur van een apotheek te zien in een vijftiende-eeuws handschrift van een werk van Ibn Sina. Hieronder staat een afbeelding van Ibn Sina aan het werk.

Met zijn ideeën die licht werpen op de geneeskunde van onze tijd, was Ibn Sina, in de westerse wereld bekend onder de naam ‘Avicenna’, de eerste in de medische wereld die de geneeskunde en de chirurgie als twee afzonderlijke gebieden van elkaar scheidde. Daarnaast benadrukte hij het belang van de anatomie bij chirurgische behandeling voor een gezond leven van de mens, gaf hij voorbeelden van chirurgische behandelingen die vanwege het zeer hoge levensgevaar beter vermeden konden worden, en beval hij de instrumenten aan die bij operaties gebruikt moesten worden.

Wie zijn medische werken bestudeert, ziet dat Ibn Sina veel ideeën had die zelfs voor de medische wereld van onze tijd fundamenteel zijn. In zijn medisch onderzoek sprak hij in zijn werken zelfs over de invloed van een soort met het oog onzichtbare wezens bij de overdracht van sommige ziekten, dat wil zeggen over het bestaan van ‘microben’, deze onbekende wezens. Het was de arts Ibn Sina die als eerste een injectie onder de huid gaf, als eerste verdoving bij operaties toepaste, maag- en darmziekten wetenschappelijk onderzocht, de invloed van psychische toestanden op het spijsverteringsstelsel vaststelde, als eerste de oorzaken van aangezichtsverlamming vond en als eerste maag- en darmwormen en het ademhalingsstelsel beschreef.220

De grote arts

Ibn Sina, die uitgebreid onderzoek deed op het gebied van de wiskunde, de sterrenkunde en de meetkunde en als ‘de grote arts’ wordt erkend, schreef bijna 150 werken, waarvan de meeste behoren tot wetenschapsgebieden als de natuurkunde, de sterrenkunde en de filosofie. Het werk van Ibn Sina, die 500 jaar vóór Isaac Newton de eerste wet van de dynamica uitlegde in zijn achttiendelige encyclopedie ‘al-Shifa’, omvat naast de geneeskunde ook de gebieden van de wiskunde, de natuurkunde, de metafysica, de theologie, de economie, de politiek en de muziek.221 Ook op het gebied van de filosofie beïnvloedde Ibn Sina zowel oosterse als westerse filosofen. Zijn werken werden in de twaalfde eeuw in het Latijn vertaald en verspreidden zich daarna over de hele wereld. De werken van Ibn Sina namen ongeveer acht eeuwen lang de ereplaatsen in de bibliotheken van de wereld in.222

Al-Khazini (1100-1160)

Al-Khazini, een sterrenkundige en natuurkundige die in de twaalfde eeuw in Turkestan leefde, staat vooral bekend om zijn werk over de zwaartekracht en over weegschalen.223 Al-Khazini zei 500 jaar vóór Newton dat ‘er een kracht is die elk lichaam naar het middelpunt van de aardbol trekt’.224 Honderd jaar vóór Roger Bacon opperde hij de gedachte dat water dichter wordt naarmate het dichter bij het middelpunt van de aarde komt. Hij is de eerste die de areometer gebruikte om de dichtheid en de temperatuur van vloeistoffen te meten.225 Daarnaast werkte hij eraan hoe in veel islamitische steden de qibla bepaald kon worden. Al-Khazini bestudeerde ook de principes van de breking van het licht en stelde vast dat de zonnestralen die in aanraking komen met de hemel de aarde niet rechtstreeks, in een rechte lijn, bereiken, maar door breking.

Op de afbeelding de ‘weegschaal der wijsheid’ met vijf schalen die al-Khazini maakte om het gewicht van lichamen in de lucht te berekenen.
Op de afbeelding de ‘weegschaal der wijsheid’ met vijf schalen die al-Khazini maakte om het gewicht van lichamen in de lucht te berekenen.

Al-Khazini droeg bij aan de ontwikkeling van de scheikunde met de gevoelige weegschalen die hij uitvond om de dichtheid en het soortelijk gewicht van chemische stoffen te meten. In zijn werk ‘Kitab Mizan al-Hikma’ (‘Het boek van de weegschaal der wijsheid’) stelde hij de hydrostatische weegschaal voor als meetinstrument. De weegschaal die hij uitvond, noemde hij ‘al-mizan al-jami’’ (‘de alomvattende weegschaal’). De dichtheids- en gewichtsberekeningen die hij met deze weegschaal maakte, liggen zeer dicht bij de berekeningen die met de technologie van onze tijd worden gemaakt.226 In zijn werk ‘Zij al-Sanjari’ (‘Sterrencatalogus’) nam al-Khazini ook informatie op over de sterren en de planeten en over de breedte- en lengtegraden van de Seltsjoekse staat. In zijn boekje ‘Risala fi’l-Alat’ (‘Verhandeling over de instrumenten’) behandelt hij de waarnemingsinstrumenten.

Ibn Rushd (1126-1198)

Hij is de Andalusische geleerde op het gebied van filosofie, islamitisch recht (fiqh), wiskunde en geneeskunde die in de westerse wereld bekendstaat onder de naam ‘Averroës’. Zijn beroemdste filosofische werk is ‘Tahafut al-Tahafut’ (‘De ongerijmdheid van de ongerijmdheid’). Hij probeerde het denksysteem van Aristoteles in verband te brengen met de islam. De herontdekking in het Westen van de wetenschappelijke erfenis van Aristoteles was het gevolg van de vertaling van de werken van Ibn Rushd in het Latijn aan het begin van de twaalfde eeuw, en zijn werken beïnvloedden eeuwenlang het oosterse en het westerse denken.

Ibn Rushd, geleerde op het gebied van geneeskunde, wiskunde, filosofie en islamitisch recht.
Ibn Rushd, geleerde op het gebied van geneeskunde, wiskunde, filosofie en islamitisch recht.

Zijn boeken werden in Italië in tien banden gedrukt en als leerboeken gebruikt aan zowel Italiaanse als Franse universiteiten.227 Ibn Rushd, die het menselijk organisme zag als ‘een buitengewoon werk van Allah wat de schepping betreft’,228 zei dat ‘het ontleden van het organisme in delen om het te onderzoeken het geloof versterkt’.229 Op het gebied van de neurologie opperde Ibn Rushd het bestaan van de ziekte van Parkinson en stelde hij dat de fotoreceptieve eigenschappen bij het netvlies van het oog horen.230 Op het gebied van de natuurkunde is Ibn Rushd de eerste die kracht definieerde en mat als ‘de snelheid waarmee arbeid wordt verricht bij het veranderen van de kinetische toestand van een stoffelijk lichaam’. Daarnaast was Ibn Rushd ook de eerste die stelde dat ‘de werking en de maat van de kracht de verandering is in de kinetische toestand van een stoffelijk weerstand biedende massa’.231

Al-Jazari (1136-1206)

Al-Jazari, die door westerse bronnen wordt omschreven als ‘de moslimingenieur die de top van zijn tijd bereikte’, was 32 jaar lang hoofdingenieur aan het Artukidische hof in Diyarbakır in Oost-Anatolië. Al-Jazari, die daar zijn wetenschappelijke werk verrichtte, is tevens de eerste grondlegger van de cybernetica, de wetenschap van communicatie, besturing, evenwicht en regeling.232 Dit wetenschapsgebied, dat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld en het ontstaan van computers mogelijk heeft gemaakt, bestudeert de uitwisseling van informatie, de besturing en de evenwichtstoestanden bij mensen en apparaten.233 De talrijke uitvindingen van al-Jazari bezitten ook vandaag nog verbazingwekkende eigenschappen.

Al-Jazari is de auteur van het boek ‘al-Jami’ bayn al-‘Ilm wa’l-‘Amal al-Nafi’ fi Sina’at al-Hiyal’ (‘Nuttige kennis en toepassingen bij het bouwen van werktuigen’), dat de ontwerpen geeft van veel praktische en esthetische toestellen, zoals waterklokken, automatische regelinrichtingen, fonteinen, aderlaatbekkens, cijfersloten en robots, en uitlegt hoe ze gemaakt moeten worden. Alle afbeeldingen in het werk heeft hij zelf getekend en ingekleurd. Dit werk, dat sinds het begin van de twintigste eeuw in de westerse wereld met grote belangstelling werd ontvangen, werd in 1974 door Donald R. Hill in het Engels vertaald onder de titel ‘The Book of Knowledge of Ingenious Mechanical Devices’ (‘Het boek der kennis van vernuftige mechanische toestellen’). De beroemde wetenschapshistoricus Lynn White Jr., die het voorwoord bij de vertaling van het boek schreef, stelt dat veel ontdekkingen door al-Jazari werden gedaan lang vóór Leonardo da Vinci en anderen. Uitvindingen die lijken op de volmaakte toestellen die hij met behulp van de cybernetica bouwde, komen pas 200-350 jaar na de dood van al-Jazari in andere werken voor.

In westerse bronnen wordt al-Jazari omschreven als ‘de moslimingenieur die de top van zijn tijd bereikte’.
In westerse bronnen wordt al-Jazari omschreven als ‘de moslimingenieur die de top van zijn tijd bereikte’.

Het wereldberoemde werk van al-Jazari geeft informatie over de bouw en de werking van automatische toestellen, robotolifanten, pauwen die uit zichzelf zingen, automatische klokken, een robotmens die water over de handen giet en veel toestellen die met de techniek te maken hebben. Het boek geeft het gedetailleerde ontwerp van 50 toestellen, samen met hun technische tekeningen. Van deze werktuigen zijn er 6 waterklokken, 4 kaarsklokken, 6 kannen met een lange tuit, 7 automatische toestellen die verschillende geluiden maken en voor vermaak worden gebruikt, 3 automatische toestellen die voor de rituele wassing worden gebruikt, 4 aderlaatbekkens, 6 fonteinen, 4 toestellen die uit zichzelf geluid maken, 5 toestellen die water omhoog brengen, 2 sloten, 1 hoekmeter, 1 waterklok in de vorm van een boot en de poort van de stad Amid. Al-Jazari vervaardigde ook de speciale onderdelen die in deze toestellen werden gebruikt met grote nauwkeurigheid.

Ibn al-Baytar (1199-1248)

Ibn al-Baytar, die een bijzondere plaats inneemt in de plantkunde, de geneeskunde en de farmacie, staat bekend als de grootste botanicus en apotheker van de middeleeuwen. Hij schreef een medische encyclopedie, ‘De merkwaardige planten’, ‘Parafrase van Dioscorides’ en de ‘Encyclopedie van geneesmiddelen en voedingsmiddelen’. Tijdens de reizen die hij in zijn leven maakte, verzamelde Ibn al-Baytar diepgaande kennis over geneeskrachtige kruiden. Deze kennis bracht hij bijeen in de ‘Encyclopedie van geneesmiddelen en voedingsmiddelen’, die ook bekendstaat als ‘Baytarname’. In dit werk behandelde hij de geneeskundige betekenis van in totaal 1400 planten, waarvan er 200 daarvoor onbekend waren, en ook van planten die in plaats van andere gebruikt konden worden. Ibn al-Baytar, die in dit boek, dat hij met volkomen moderne methoden schreef, uitlegde welke geneesmiddelen bereid konden worden, rangschikte ze in alfabetische volgorde. Hij gaf de equivalenten van de namen van de geneesmiddelen in het Arabisch, Grieks, Perzisch en Spaans.234 Tijdens de Europese renaissance vertaalde de Oostenrijkse oriëntalist Sontheimer de ‘Encyclopedie van geneesmiddelen en voedingsmiddelen’ van al-Baytar in het Latijn. Dit boek werd tot de negentiende eeuw als bron gebruikt aan westerse universiteiten.

Nasir al-Din al-Tusi (1200-1273)

Nasir al-Din al-Tusi is een groot wiskundige die vernieuwingen bracht in het werk op het gebied van de techniek en de ruimte, en die de goniometrie tot een zelfstandig wetenschapsgebied maakte en verder ontwikkelde. Hij becommentarieerde en beoordeelde de ‘Elementen’, het dertiendelige boek van Euclides.

Nasir al-Din al-Tusi en een van zijn handschriften.
Nasir al-Din al-Tusi en een van zijn handschriften.

Door sommige technische vraagstukken langs algebraïsche weg en sommige algebraïsche vraagstukken met technische methoden op te lossen, bracht Nasir al-Din al-Tusi nieuwe systemen in de wiskunde voort. Op het gebied van de wiskunde schreef hij boeken als ‘De bewegende bol’, ‘De ontvouwing van de bol’ en ‘Algebra en vergelijking’.235 De sterrenwacht die al-Tusi in Maragha oprichtte, werd in korte tijd een van de grootste en beroemdste sterrenwachten van de islamitische wereld.236 Na verloop van tijd werd zij erkend als een van de grootste en beroemdste sterrenwachten uit de wereldgeschiedenis.

Door het boek ‘Almagest’ van Ptolemaeus te becommentariëren, stelde al-Tusi een nieuwe en eenvoudigere theorie van het heelal voor, en met dit werk effende hij de weg voor de successen van Copernicus. De vernieuwingen die hij in zijn werk op het gebied van de natuurkunde, de techniek en de ruimte doorvoerde, hielpen de mensheid op deze gebieden vooruit. Zijn theorieën en bewijzen oogsten ook in onze tijd de bewondering van wiskundigen. Het boek van Nasir al-Din al-Tusi over de goniometrie werd in de westerse wereld in het Latijn, Frans en Engels vertaald, en veel geleerden stelden op basis van dit boek nieuwe stellingen op.

De Amerikaanse oriëntalist George Sarton zei over Nasir al-Din al-Tusi: ‘Al-Tusi is een van de grootste moslimgeleerden en -wiskundigen.’237

Al-Qazwini (1203-1283)

De grote geograaf en aardkundige Zakariya ibn Muhammad al-Qazwini stelde na vijftien jaar werk het boek ‘‘Aja’ib al-Makhluqat wa Ghara’ib al-Mawjudat’ (‘De wonderen van de schepselen en de merkwaardigheden van de bestaande dingen’) samen. Dit boek werd in het Perzisch, Turks en Frans vertaald. Het boek bestaat uit twee hoofddelen. Het eerste deel geeft informatie over de hemellichamen en de ruimte en behandelt de posities van de hemellichamen naar plaats en tijd. Het tweede deel spreekt over de basiskennis van de aardbol, de geologische opbouw van het aardoppervlak, de mineralen, de planten en de dieren. De kosmografie van al-Qazwini, die de Duitse onderzoeker Carl Brockelmann ‘de waardevolste kosmografie van de islamitische beschaving’ noemde, was een van de meest gelezen werken in de islamitische wereld (de kosmografie is de tak van wetenschap die de belangrijkste verschijnselen van de kosmologie behandelt met gebruik van alleen de grondbegrippen van de wiskunde en de natuurkunde).

Een bladzijde uit het werk van Zakariya ibn Muhammad al-Qazwini.
Een bladzijde uit het werk van Zakariya ibn Muhammad al-Qazwini.

Het kenmerk van het werk ‘‘Aja’ib al-Makhluqat’ is dat het geschreven is vanuit de eenheid van Allah en de eenheid van de schepping. Het heelal is de manifestatie van Allah, de absolute Waarheid. Het bevel ‘Wees’ van Allah heeft ervoor gezorgd dat alles in het heelal in één ogenblik ontstond en dat de geschapen levende wezens onderling met elkaar in wisselwerking staan. Volgens de islam moet de mens de wijsheid in de schepping van Allah zeer goed begrijpen. Al-Qazwini benadrukte hoe belangrijk het is dat de mens zich op het hoogste voor hem mogelijke niveau inspant om de buitengewone en wijze schepping van Allah te onderzoeken, er vol verwondering over na te denken en haar te begrijpen. Op deze wijze zal de mens de schoonheden van zowel deze wereld als het Hiernamaals verwerven.238 Al-Qazwini was erin geslaagd veel waarheden aan het licht te brengen die de geleerden van vroeger in het Oosten en het Westen niet kenden. Veel geleerden die zich bezighielden met de ruimte en de geografie, maakten tot in de zestiende en zeventiende eeuw gebruik van dit boek.239 Het laatste boek van al-Qazwini, ‘De sporen van de landen en de berichten over de mensen’, is een soort geschiedenis van de mensheid.

Ibn al-Nafis (1213-1288)

Een andere geleerde die in de dertiende eeuw zijn stempel drukte op belangrijke verworvenheden in de wetenschap, is Ala al-Din Ali ibn Abi al-Hazm al-Qurashi, bekend onder de naam Ibn al-Nafis.240 In zijn beroemde werk ‘Mujaz al-Qanun’ gaf Ibn al-Nafis veel medische verklaringen. In zijn werk onderzocht hij vooral de anatomie van het hart en de luchtwegen, bracht hij de bouw en de functie van de longen aan het licht en bewees hij het bestaan van de haarvaten.241 Het belangrijkste kenmerk van het werk is dat Ibn al-Nafis de kleine bloedsomloop drie eeuwen vóór Michael Servetus in de zestiende eeuw precies zo beschreef als deze. Tot dan toe ging de klassieke opvatting in de anatomie ervan uit dat het septum (een scheidend vlies of scheidende wand die twee afzonderlijke delen van een orgaan van elkaar scheidt) doorlaatbaar was. Ibn al-Nafis daarentegen stelde dat het septum niet doorlaatbaar was. En inderdaad werd in de eeuwen daarna met waarnemingen bewezen dat het septum niet doorlaatbaar is.242 Met deze belangrijke ontdekking werd Ibn al-Nafis ongetwijfeld een van de grootste figuren uit de geschiedenis van de geneeskunde. Daarnaast onderzocht Ibn al-Nafis de bouw van het oog en het verschijnsel van het zien en verklaarde hij dit op moderne wijze.

Ibn Battuta (1303-1378)

Battuta, een groot reiziger, noteerde in zijn schrift alles wat hij beleefde en zag op de plaatsen waarheen hij reisde.

Battuta schreef op wat hij zag tijdens zijn reis naar drie continenten, die twee jaar duurde. De informatie die tijdens zijn reizen werd verzameld, is vele malen omvangrijker dan wat tijdens de reis van Marco Polo werd verkregen. Vijfhonderd jaar na de dood van Battuta begonnen oriëntalisten belangstelling te krijgen voor zijn reizen; ze vertaalden zijn boek in het Latijn, Engels, Frans en Duits en becommentarieerden de gebeurtenissen.

Ibn Khaldun (1331-1406)

Ibn Khaldun wordt beschouwd als de grondlegger van de sociologie. Zijn werk ‘Muqaddima over het belang van de geschiedenis’, dat hij op grond van zijn ervaringen en studies in een korte periode van slechts vijf maanden schreef, werd het boek dat de grondslag legde niet alleen van de sociologie, maar van alle sociale wetenschappen.

Het werd een van de bekendste boeken over sociologie ter wereld en ging de geschiedenis in als ‘de Muqaddima van Ibn Khaldun’. Dit boek behandelt de sociale werkelijkheden die de geschiedenis van de mensheid beïnvloeden.243 Ibn Khaldun, die wordt erkend als de eerste echte ‘filosoof van de geschiedenis’, baseerde als eerste de geschiedfilosofie op historische gebeurtenissen.

Ibn Khaldun, bekend als de grondlegger van de sociologie.
Ibn Khaldun, bekend als de grondlegger van de sociologie.

Qadizade al-Rumi (1337-1421)

Qadizade al-Rumi, geleerde op het gebied van wiskunde, sterrenkunde en islamitisch recht (fiqh), was in Samarkand de leraar van Ulugh Beg, de kleinzoon van Timoer Lenk.244 Ook Ulugh Beg had grote achting voor zijn leraar Qadizade en liet voor hem een madrasa en een sterrenwacht bouwen. Op grond van de waarnemingen die hij in deze sterrenwacht deed, stelde Qadizade al-Rumi vast dat veel gegevens die de oude Griekse geleerden hadden verkregen, onjuist waren. Hij hield zich serieus bezig met het opnieuw opstellen van de astronomische tabellen. Daarom wordt Qadizade genoemd als de meest serieuze en echte sterrenkundige van zijn tijd.

Een van de opmerkelijkste prestaties van Qadizade al-Rumi is ook de berekening van de sinus van 1°.245 Hij schreef belangrijke werken als ‘Risala fi Istikhraj Jayb Daraja Wahida’ (‘Verhandeling over de bepaling van de sinus van één graad’), ‘Sharh Ashkal al-Ta’sis’ (‘Commentaar op de Ashkal al-Ta’sis’) en ‘Mukhtasar fi’l-Hisab’ (‘Compendium van de rekenkunde’). Ook beroemde geleerden als Fathullah Shirvani en Ali Qushji waren leerlingen van Qadizade al-Rumi.

Mahmud Shirvani (1375-1450)

Shirvani, die wordt beschouwd als een van de eerste artsen van de Ottomaanse geneeskunde, schreef in zijn leven 11 werken en droeg al zijn werken op aan staatslieden van zijn tijd.246 Zijn laatste werk, opgedragen aan sultan Mehmet II de Veroveraar, en het belangrijkste van zijn werken, de ‘Murshid’, staat bekend als het grootste werk over oogziekten in de Ottomaanse geneeskunde.247 Een ander werk dat hij schreef, de ‘Tuhfa-i Muradi’, is vanwege de informatie die het bevat opgenomen in de lijst van de eerste medische werken die in Anatolië werden geschreven. Hoewel het boek eigenlijk over edelstenen gaat, wordt het door historici als een medisch boek beschouwd, omdat het gebruik van deze stenen in de geneeskunde uitlegt.248 Van de werken van Shirvani zijn er 4 in het Arabisch en 6 in het Turks geschreven. In de vroege Ottomaanse geneeskunde is er geen tweede medisch auteur die zo productief was.249

Links is een Ottomaanse miniatuur uit de zeventiende eeuw te zien die astronomische activiteiten weergeeft, en hieronder een handschrift dat in de archieven van de sterrenwacht van Kandilli wordt bewaard.
Links is een Ottomaanse miniatuur uit de zeventiende eeuw te zien die astronomische activiteiten weergeeft, en hieronder een handschrift dat in de archieven van de sterrenwacht van Kandilli wordt bewaard.

Şerafeddin Sabuncuoğlu (1386-1470)

Met zijn werken heeft hij bijgedragen aan de ontwikkeling van de geneeskunde in de Ottomaanse tijd. De ‘Cerrahiyyetü’l-Haniyye’, het eerste chirurgieboek dat Sabuncuoğlu in het Turks schreef, werd zeer beroemd in de geschiedenis van de geneeskunde, omdat het als eerste chirurgische operaties met miniaturen afbeeldde.250 In zijn ‘Kitab al-Tasrif’, dat hij schreef als vervolmaking van het boek van al-Zahrawi, staan naast de instrumenten ook afbeeldingen die laten zien hoe de operaties werden uitgevoerd. Hij schreef ook een werk over geneesmiddelen met de titel ‘Mücerrebname’.251

Akşemseddin (1389-1459)

Hij was een beroemde wetenschapper van zijn tijd op wetenschapsgebieden als de geneeskunde, de sterrenkunde, de biologie en de wiskunde. Tot zijn beroemde werken behoren het medische boek dat hij in het Turks schreef, ‘Maddet-ül Hayat’ (‘De stof van het leven’), en de boeken die hij in het Arabisch schreef, ‘Hall-i Müşkilat’ (‘De oplossing van de moeilijkheden’) en ‘Risalet-ün Nuriye’ (‘Verhandeling over het licht’).252 In zijn werk Maddet-ül Hayat beschreef hij vijfhonderd jaar geleden de microbe met de woorden: ‘Het is onjuist te denken dat ziekten bij mensen één voor één ontstaan. Ziekten gaan door besmetting van mens op mens over. Deze besmetting gebeurt door zaadjes die zo klein zijn dat ze met het oog niet te zien zijn, maar die wel leven.’253 Akşemseddin, die als eerste de wereld de conclusie bekendmaakte waartoe Pasteur vier eeuwen na hem met technische instrumenten kwam, hield zich ook bezig met de ziekte kanker.

Het is bekend dat Akşemseddin, die bekendstond om zijn nabijheid tot de sultans Murad II en Mehmet II, met de geneesmiddelen die hij bereidde veel van zijn patiënten aan het hof en in de omgeving van het hof genas. De twee uiterst belangrijke grote medische werken van Akşemseddin behouden nog altijd hun belang in de medische literatuur.

Ulugh Beg (1393-1449)

Ulugh Beg, die vooral werkzaam was in de sterrenkunde en de wiskunde, hechtte ondanks zijn jonge leeftijd in zijn tijd belang aan wetenschappelijk werk en liet in 1417 een madrasa bouwen om het werk op het gebied van de sterrenkunde uit te breiden.

Ulugh Beg, die beroemde wetenschappers van zijn tijd als al-Kashi (de moslimwiskundige die de decimale breuken ontdekte254) en Qadizade al-Rumi in deze madrasa bijeenbracht, verrichtte werk aan nauwkeurige sinus- en cosinustabellen die tot op acht decimalen juist waren, en aan de formules van de boldriehoeksmeting.

Ulugh Beg, die door westerse wetenschappers wordt erkend als ‘de grootste sterrenkundige van de vijftiende eeuw’, was uitgebreid werkzaam op het gebied van de goniometrie, die de basis vormde van zijn astronomische werk, en schreef zijn grote werk, de ‘Zij van Ulugh Beg’. De ‘Sterrentabellen van Ulugh Beg’, de eerste uitvoerige sterrentabel na Ptolemaeus, waren tot de zeventiende eeuw de bron van het astronomische werk. In dit werk worden de namen en posities van 1022 sterren gegeven. John Greaves liet in 1648 in Oxford een deel van dit boek drukken. Twee jaar later werd het eerste deel in Londen gedrukt, daarna werd het een tweede keer uitgegeven en in 1665 werd het in het Latijn vertaald. Later werd het werk in zijn geheel in het Frans vertaald.255 Daarnaast brachten de onderzoeken in de sterrenwacht van Samarkand ook enkele fouten aan het licht in de berekeningen van Ptolemaeus, die tot dan toe als definitief werden aanvaard.256 De gegevens die uit de waarnemingen in de sterrenwacht werden verkregen, stelden Ulugh Beg in staat de lengte van een jaar zeer nauwkeurig te berekenen op 365 dagen, 5 uur, 49 minuten en 15 seconden. De andere diensten van Ulugh Beg aan de wetenschappelijke wereld zijn de gegevens die hij over de zon, de maan en de planeten verkreeg.257 De westerse wetenschappelijke wereld achtte Ulugh Beg de titel ‘sterrenkundige van de vijftiende eeuw’ waardig, en de Internationale Astronomische Unie heeft een krater op het maanoppervlak naar hem vernoemd.258

Ulugh Beg, een van de bekendste sterrenkundigen van zijn tijd.
Ulugh Beg, een van de bekendste sterrenkundigen van zijn tijd.

Ali Qushji (1403-1474)

Ali Qushji, die met de werken die hij voortbracht grote faam verwierf onder de geleerden op het gebied van sterrenkunde en wiskunde in de Turks-islamitische wereld, wordt beschouwd als een van de vooraanstaande geleerden van de sterrenkunde. Vooral op deze twee gebieden verrichtte hij in het onderwijs en de opleiding werk dat zo belangrijk was dat het de grenzen van zijn tijd overschreed.

Ali Qushji, die in het Fatih-complex een zonnewijzer bouwde, bepaalde de breedte- en lengtegraad van Istanbul.259 De naam van Qushji, die de eerste kaart van de maan opstelde, is in onze tijd gegeven aan een gebied op de maan.

Een van de grootste astronomische werken van Ali Qushji is de ‘Risala fi’l-Hay’a’ (‘Verhandeling over de sterrenkunde’).260 Dit werk, dat diepe sporen heeft nagelaten op het gebied van de wiskunde en de sterrenkunde, bevat alle wetenschappelijke details, tot en met de afstanden van de hemellichamen tot de aarde. Het werd in het Perzisch geschreven en later in het Arabisch vertaald, en bleef ook nadat de westerse wetenschap Turkije binnenkwam een geliefd boek op het gebied van de sterrenkunde.

Ali Qushji, de beroemde Ottomaanse sterrenkundige die de eerste kaart van de maan opstelde.
Ali Qushji, de beroemde Ottomaanse sterrenkundige die de eerste kaart van de maan opstelde.

Zijn grote werk op het gebied van de wiskunde is de ‘Risala-i Hisab’ (‘Verhandeling over de rekenkunde’). Daarnaast werd zijn werk ‘Sharh-i Zij-i Ulugh Beg’ (‘Commentaar op de sterrencatalogus van Ulugh Beg’), dat de meest geavanceerde wiskundige kennis van zijn tijd bevat, beroemd om de diensten die het bewees.261 Zijn werk ‘Risalat al-Fathiyya’ werd in de negentiende eeuw als leerboek gebruikt aan de Mühendishane in Istanbul (de Technische Universiteit van Istanbul). In dit werk gaf hij de afstanden van de hemellichamen tot de aarde en voegde hij bovendien aan het eind van zijn boek een kaart van de aarde toe. Hierin bepaalde hij de helling van de as van de aardbol op 23° 30’ 17”. Dit is een waarde die zeer dicht ligt bij de moderne astronomische gegevens van onze tijd (23° 27’).

Molla Lütfi (?-1495)

Molla Lütfi, die geldt als een van de beroemde wiskundigen van de vijftiende eeuw, behandelde in zijn boek ‘Tad’if al-Madhbah’ (‘Over de verdubbeling van de altaarsteen’) meetkundige onderwerpen als de definities van het vierkant en de kubus, de producten van de zijden en de vlakken en het verheffen tot de tweede macht, en bestudeerde hij het beroemde Delische probleem.262

Mukbilzade Mümin (vijftiende eeuw)

Een andere belangrijke geleerde uit de Ottomaanse tijd is Mukbilzade Mümin, die zich onder de regering van Murad II vormde en twee belangrijke werken schreef. Mümin is, samen met Shirvani, die zich in het bijzonder voor oogziekten interesseerde, een van de eerste Ottomaanse artsen.

Het eerste werk van de auteur is de ‘Zahire-i Muradiye’, opgedragen aan de sultan. Zijn tweede werk, ‘Miftah al-Nur wa Khaza’in al-Surur’, is eveneens een belangrijk medisch boek dat aan de sultan is opgedragen. In het boek worden, na een algemene bespreking van de diagnose en de gezondheid, de oogziekten in detail uitgelegd.263 In dit belangrijke werk worden uitvoerige definities gegeven van ziekten als de bouw en de ziekten van het hoofd en de schedel, oogziekten, aandoeningen van het ooglid, conjunctivitis (ontsteking van het slijmvlies van het ooglid) en ontsteking van het hoornvlies van het oog, en worden maatregelen en middelen uitgelegd om de ziekten te voorkomen.264 Dat de naam van Mukbilzade Mümin zonder uitzondering voorkomt op de artsenlijsten van alle Darüşşifa-stichtingen (ziekenhuisstichtingen) van de Ottomanen, bewijst dat hij een uiterst belangrijke arts van zijn tijd was, en weerspiegelt tegelijk de aandacht die in die tijd aan oogziekten werd besteed.

Mirim Çelebi (?-1525)

Mirim Çelebi, wiens eigenlijke naam Mahmud bin Mehmed was, is een van de vooraanstaandste sterrenkundigen en wiskundigen van het Ottomaanse Turkije van de zestiende eeuw. Hij werd in Istanbul geboren, studeerde aan de madrasa’s, gaf les in de tijd dat Bayezid prins was en bekleedde belangrijke functies. Na Ali Qushji was het Mirim Çelebi die in de Ottomaanse tijd het meest werkte aan de ontwikkeling van de meetkunde. Hij schreef veel werken over wiskunde en sterrenkunde, en zijn twee Arabische werken ‘Shifa’ al-Asqam wa Dawa’ al-Alam’ en ‘Kitab al-Ta’alim fi’l-Tibb’ speelden een grote rol in de ontwikkeling van de Ottomaanse geneeskunde.

Een van de grootste werken van Çelebi, kleinzoon van Qadizade en Ali Qushji, is het commentaar dat hij in het Perzisch schreef op de ‘Zij van Ulugh Beg’, getiteld ‘Dastur al-‘Amal wa Tashih al-Jadwal’ (‘Het beginsel van het werk en de verbetering van de tabel’).265 In het werk legde de auteur de onderwerpen op verschillende manieren uit; zo liet hij bijvoorbeeld op zeer begrijpelijke wijze vijf verschillende oplossingen zien om de sinus van een boog van 1 graad te berekenen.

Hij schreef veel verhandelingen over wiskunde en sterrenkunde. Mirim Çelebi is een van de moslimgeleerden die het meest hebben gewerkt aan de ontwikkeling van de sterrenkunde en de wiskunde in de Ottomaanse staat.

Seydi Ali bin Hüseyin (1498-1563)

Seydi Ali bin Hüseyin, bekend als Seydi Ali Reis, nam deel aan veel zeereizen, vooral in oorlogen, diende daarna onder Barbarossa Hayreddin Pasja en was een specialist op het gebied van de sterrenkunde en een groot zeevaarder.266 Het belangrijkste werk van Seydi Ali Reis, dat laat zien dat hij een geleerde was die de nautische sterrenkunde en geografie werkelijk zeer goed kende, is de ‘Kitab al-Muhit’. Het werk bevat belangrijke onderwerpen als het bepalen van de richting, de tijdrekening, de kalender, de tijden van de zon en de maan, de verdelingen van het kompas, de hoogte van de Poolster bij verschillende eilanden en beroemde havens, enkele gegevens over de sterrenkunde, de winden, de vaarroutes, de grote stormen en de maatregelen die daartegen genomen moeten worden. Zoals uit de onderwerpen blijkt, is de ‘Muhit’ een uiterst wetenschappelijk en belangrijk werk.267 Seydi Ali Reis vertaalde ook het beroemde werk van Ali Qushji, de ‘Fathiyya’, onder de titel ‘Khulasat al-Hay’a’ en maakte er aanvullingen op. Bij het opsommen van de hemelen gebruikte hij astronomische termen en voegde hij eraan toe dat het middelpunt van de wereld het middelpunt van de aarde is en dat zware lichamen naar het middelpunt van de aarde vallen.268 In zijn andere werk, de ‘Mir’at al-Ka’inat’, geeft de auteur informatie over onderwerpen als de hoogte van de zon en de plaatsen van de sterren, het bepalen van de qibla en van het middaguur, het berekenen van cirkelomtrekken, sinussen, koorden en tangensen, en de methode om de breedte te meten van een rivier waarvan men de overkant niet kan bereiken. Hij is een uitmuntend zeevaarder en sterrenkundige die veel belangrijke kennis op zijn vakgebied heeft verschaft en zeer waardevolle werken heeft nagelaten.269

Taqi al-Din (1521-1585)

Hij is een van de grootste sterrenkundigen van de zestiende eeuw. Hij kwam van Caïro naar Istanbul om een functie bij de staat te krijgen, werd vanwege zijn meesterschap in de wiskunde aan de sultan voorgesteld en richtte met diens grote hulp een sterrenwacht op. Taqi al-Din, de stichter van de sterrenwacht van Istanbul, bouwde negen vernuftige instrumenten die hij gebruikte om metingen aan de hemellichamen te verrichten, en dit waren de meest volmaakte waarnemingsinstrumenten van de zestiende eeuw. Een van deze instrumenten, de ‘libna’, is een muurinstrument dat werd gebruikt om de doorgang van de sterren door de meridiaan waar te nemen. Met dit instrument werd het in die tijd mogelijk de equatoriale coördinaten van de hemellichamen te berekenen.

Het belangrijkste werk van Taqi al-Din is de ‘Sidrat al-Muntaha’. In dit werk werden de parameters van de zon berekend met de methode van drie waarnemingspunten. Taqi al-Din is naast Tycho Brahe en Copernicus de derde persoon ter wereld die deze methode gebruikte. Hoewel zij tot vergelijkbare resultaten kwamen, zijn de berekeningen van Taqi al-Din over de parameters van de zon de geschiedenis ingegaan als de nauwkeurigste berekeningen van de zestiende eeuw.

In zijn werken sprak Taqi al-Din over ‘klokken’ als astronomische instrumenten.271 Het belangrijkste kenmerk van deze klokken is dat ze minuten en seconden nauwkeurig berekenen. De datum waarop in Europa een klok werd gemaakt die minuten en seconden aangeeft, valt samen met dezelfde periode waarin Taqi al-Din dit mechanisme beschreef.

In een kleine zij met de titel ‘Kharidat al-Durar wa Faridat al-Fikar’ (‘Het parelsnoer en de parel der gedachten’) gebruikte Taqi al-Din decimale breuken en gaf hij er informatie over. Met andere woorden: lang voordat de decimale breuken in Europa bekend waren, waren ze door Taqi al-Din niet alleen geïntroduceerd, maar zelfs gebruikt.272 Ook het werk van Taqi al-Din op het gebied van de optica vormde de basiskennis van de optische wetenschap. Het hoge niveau dat hij in de optica bereikte, liep parallel met discussies die in het Westen tot in de zeventiende eeuw actueel bleven.273 Als we met dit alles rekening houden, is duidelijk te zien dat Taqi al-Din een van de geleerden is die in de wereld ‘primeurs’ op hun naam hebben gebracht.

Katip Çelebi (1609-1657)

Katip Çelebi uit Istanbul hield zich bezig met de wetenschap en gaf ook privéles aan de kinderen van staatslieden. De werken van Katip Çelebi, die Arabisch, Perzisch en Latijn kende, zijn in veel vreemde talen vertaald. Zijn belangrijkste werk, de ‘Kashf al-Zunun’, is een bibliografisch woordenboek dat 14.500 werken van 10.000 islamitische auteurs één voor één opsomt. Tot zijn beroemdste werken behoren de ‘Cihannüma’, het belangrijkste van de in het Turks geschreven aardrijkskundeboeken, de ‘Fezleke’, een zeer waardevol boek over de Ottomaanse geschiedenis, de ‘Tuhfat al-Kibar’, dat de geschiedenis van de Turks-Ottomaanse zeevaart weergeeft, en de ‘Taqwim al-Tawarikh’, dat over de wereldgeschiedenis gaat.274 In zijn werk over geografie en sterrenkunde, de ‘Cihannüma’, verdeelde hij de vijf continenten van de aarde in zes gebieden en gaf hij over elk ervan algemene informatie (Europa, Azië, Amerika, Australië en de poolgebieden). In het werk worden verschillende bewijzen gegeven voor de bolvorm van de aarde en wordt informatie gegeven over alle bekende planten en dieren van Japan tot Erzurum. De ‘Cihannüma’ is tegelijkertijd het eerste en enige systematische aardrijkskundeboek dat waardevolle informatie bevat, die nergens anders te vinden is, over het gezag van de Ottomanen op drie continenten en over hun steden en dorpen.275

Hezarfen Ahmed Çelebi (zeventiende eeuw)

Om de sterkte te meten van de vleugels die hij had gemaakt na het bestuderen van de vlucht van vogels, liet Ahmed Çelebi zich vanaf de Galatatoren de lucht in vallen, bewoog hij zijn vleugels, stak hij de Bosporus over en landde hij aan de kant van Üsküdar. Omdat hij een van de eerste mensen was die erin slaagden met zelfgemaakte vleugels te vliegen, en vanwege zijn veelzijdige kennis staat hij onder het volk bekend onder de bijnaam ‘Hezarfen’, wat ‘1000 wetenschappen’ betekent.

Hezarfen Ahmed Çelebi maakte een eenvoudige vorm van de huidige luchtvaartuigen en werd een van de belangrijke figuren uit de Turkse luchtvaartgeschiedenis.276

Conclusie

Het gemeenschappelijke kenmerk van de moslimgeleerden over wier waardevolle werk op wetenschappelijk gebied we in dit deel hebben gesproken, is dat zij de bewijzen van de oneindige kennis van onze Verheven Heer bestudeerden en zich inspanden om Zijn macht beter te begrijpen. Deze wetenschappers, van wie we slechts een deel konden noemen, stelden zich niet tevreden met alleen wetenschappelijk werk: hoe meer zij de bewijzen in het heelal zagen, des te meer groeide hun ontzag voor Allah, en zij zetten hun inspanningen om de mensen het absolute bestaan van Allah te laten kennen met groot enthousiasme voort. Terwijl de islamitische pioniers van de wetenschap de prachtige mechanismen aantoonden die onze Verheven Heer heeft geschapen, streefden zij er tegelijk naar de valse religies uit te bannen die de natuur vergoddelijken (Allah is daarboven verheven). Zij bestudeerden de informatie in de verzen van de Qoer'aan en gebruikten de wetenschap op de juiste wijze om de geheimen ervan te ontdekken. Met als voorbeeld het feit dat de Qoer'aan de weg wijst naar de wetenschap, stelden zij de wetenschappelijke vondsten die zij door dit onderzoek verkregen ter beschikking van alle mensen. Het leiderschap van de moslimgeleerden zou in onze tijd voor alle moslims een voorbeeld moeten zijn. Dit zal ertoe bijdragen dat alle mensen de bewijzen van de schepping van onze Heer op grote schaal leren kennen en dat er, met de toestemming van Allah, positieve vooruitgang wordt geboekt in de verspreiding van de moraal van de religie.

Het gemeenschappelijke kenmerk van de moslimgeleerden is dat zij zich inspanden om te bestuderen wat Allah heeft geschapen en de mensen Zijn oneindige macht, kracht en kennis voor te stellen.
Het gemeenschappelijke kenmerk van de moslimgeleerden is dat zij zich inspanden om te bestuderen wat Allah heeft geschapen en de mensen Zijn oneindige macht, kracht en kennis voor te stellen.