Tegen hoeveel mensen weegt één moslim op? Antwoord op de bewering van een tegenstrijdigheid in de verzen 65 en 66 van soera Al-Anfal
In twee verschillende verzen in soera Al-Anfal wordt gezegd dat degenen die geduld betonen van de ongelovigen mensen in verschillende aantallen kunnen verslaan. Op grond van het feit dat in de twee verzen verschillende verhoudingen worden genoemd, wordt beweerd dat er tussen deze twee verzen een tegenstrijdigheid bestaat. Maar als de verzen aandachtig worden gelezen, zal men begrijpen dat deze verschillende verhoudingen worden genoemd vanwege een zeker verschil tussen de twee verzen. De twee verzen die als bewijs voor de beweringen hierover worden gebruikt, luiden als volgt:
O Profeet, bereid de gelovigen voor op de strijd en spoor hen ertoe aan. Als er onder u twintig (mensen) zijn die geduld betonen, kunnen zij tweehonderd (mensen) overwinnen. En als er onder u honderd (geduldige mensen) zijn, verslaan zij duizend van de ongelovigen. Want zij zijn een groep die (de waarheid) niet begrijpt. (8 Soera Al-Anfal – 65)
Nu heeft Allah (uw last) van u verlicht en wist Hij dat er bij u een zwakte is. Als er van u honderd geduldige (mensen) zijn, slaan zij tweehonderd (van hen) op de vlucht; en als er van u duizend (mensen) zijn, verslaan zij met de toestemming van Allah tweeduizend (van hen). Allah is met hen die geduld betonen. (8 Soera Al-Anfal – 66)
Wanneer de twee verzen aandachtig worden gelezen, zal men begrijpen dat er over twee verschillende situaties wordt gesproken. In vers 65 wordt bekendgemaakt dat één moslim opweegt tegen 10 ontkenners. Deze verhouding geldt in het geval dat deze mensen zonder zwakte zijn. Dit is tegelijk de uitdrukking van de invloed van een vast geloof op de overwinning. Maar in vers 66 wordt een andere situatie bekendgemaakt voor hen die in zwakte verkeren. Er wordt bekendgemaakt dat honderd mensen die in zwakte verkeren tweehonderd mensen zullen verslaan. Van een tegenstrijdigheid tussen de twee verzen of van het opheffen van elkaars bepaling is geen sprake. Terwijl bij afwezigheid van zwakte de bepalingen in vers 65 gelden, gelden in geval van zwakte de bepalingen in vers 66.
Een ander punt van aandacht hier is dat de in vers 66 genoemde uitdrukking “wist” niet de betekenis heeft van “wist door het mettertijd te leren”, zoals het in het Turks wordt gebruikt. Voor Allah is zoiets niet aan de orde. Allah weet vanaf het eerste moment alles, Hij leert niet als resultaat van een proces. Allah wist alles op het moment dat de mensen voor het eerst werden geschapen. Terwijl Hij in het eerste vers de situatie uiteenzet van hen die zich in de normale toestand zonder zwakte bevinden, heeft Hij, omdat Hij de latere toestand van zwakte wist, ook voor hen een afzonderlijke verhouding bekendgemaakt.