De voorbeelden van de belagat-kunst van de Koran voor een tegenspraak aanzien

Belagat; is de kunst om, afgestemd op de mensen tot wie men zich richt, passend en precies op de juiste plaats verzorgde en waarachtige mooie woorden te spreken. De Koran is een universeel Boek, omdat hij zich richt tot elk verstand, elke leeftijd, elke cultuur en elk gebied. Daarom richt de Koran zich ook tot een persoon overeenkomstig de houding die die persoon tegenover de Koran aanneemt.
Sommige mensen die deze kant van de Koran nog niet kennen of niet willen kennen, beweren met betrekking tot vers 157 van Soera An-Nisa dat er in de Koran een tegenspraak is, door te zeggen: als de Joden niet geloven dat hij een boodschapper is, waarom wordt dan in de Koran meegedeeld dat zij over Profeet Jezus spraken in de vorm ‘de Boodschapper van Allah, de zoon van Maria, Jezus de Messias’? ”

In de Koran wordt deze situatie İSTİHZA genoemd. Het is een woord uit dezelfde wortel als waaruit ook het in het Turks gebruikte begrip müstehzi (spottend) komt.
“Vanwege hun woorden: ‘Wij hebben de Boodschapper van Allah, de zoon van Maria, Jezus de Messias gedood.’ Terwijl zij hem niet gedood hebben en hem ook niet gekruisigd hebben; hij werd hun slechts gelijkend voorgesteld. Zij die over hem in discussie gaan, verkeren over hem in volledige twijfel. Zij hebben over hem geen kennis; zij volgen slechts vermoedens. Zij hebben hem beslist niet gedood.” (Soera An-Nisa, vers 157)
Zoals ook uit het vers blijkt, is het overduidelijk dat de veelgodendienaars van de Joden Profeet Jezus natuurlijk niet als boodschapper zagen. Was dat wel zo geweest, dan zouden zij immers als gelovigen tot de apostelen zijn gaan behoren. Bovendien spotten zij met deze zaak en zeggen zij: -zelfs de boodschapper waarvoor jullie hem aanzien, hebben wij gedood-. Een soortgelijk voorbeeld van belagat-kunst staat ook in veel verzen van de Koran. Bijvoorbeeld;
Zij zeiden: “O man tot wie openbaring komt! Jij bent beslist iemand die door djinns is bezeten!” (Soera Al-Hijr, vers 6)
(Farao) Zei: «Voorwaar, jullie Boodschapper die tot jullie gezonden is, is werkelijk een gek.» (Soera Ash-Shu’ara, vers 27)