Terug naar de gids
AZTRENDEFRESNLRUITSQBSROKYDA

Is de wereld een plaats van spel en vermaak?

Laten we antwoorden op nog een bewering van een tegenstrijdigheid die wordt aangevoerd zonder er voldoende over na te denken.

In vers 32 van soera Al-An'am zegt Allah: “Het wereldse leven is niets anders dan een spel en vermaak”. Ook in vers 64 van soera Al-Ankabut is er een soortgelijke herinnering in de vorm van “Dit wereldse leven is (op zichzelf) niets anders dan vergankelijk genot en tijdverdrijf…”.

Volgens de bewering maakt Allah in deze twee verzen bekend dat het wereldse leven niets anders is dan spel en vermaak, terwijl Hij in vers 38 van soera Ad-Dukhan, door te zeggen “Wij hebben de hemelen, de aarde en wat daartussen is niet geschapen als spel en vermaak.”, in tegenspraak vervalt. (God verhoede)

Natuurlijk is er geen tegenstrijdigheid tussen de verzen. Wanneer u de verzen vóór de eerste twee verzen leest, ziet u dat er wordt gesproken over mensen die de ontmoeting met Allah als leugen beschouwen. In de betreffende eerste twee verzen wordt de levenswijze van deze mensen beschreven. Er wordt bekendgemaakt dat het wereldse leven van het ongeloof bestaat uit spel, vergankelijk genot en vermaak. In vers 38 van soera Ad-Dukhan daarentegen wordt eraan herinnerd dat Allah het wereldse leven niet als spel en vermaak heeft geschapen. Dat wil zeggen dat de fout van hen die niet in het hiernamaals geloven wordt benadrukt, en dat daarna met de woorden “Maar het verblijf van het hiernamaals, dat is het ware leven. Als zij het maar wisten.” wordt gezegd dat het wereldse leven waarmee zij hun tijd verdoen leeg is en dat het ware leven en het ware verblijf in het hiernamaals zijn.

“Allah heeft het mooiste woord neergezonden als een müteşabih (op elkaar gelijkend), tweevoudig Boek…” (Soera Az-Zumar, 23) zegt het vers. Tweevoudige, soortgelijke omschrijvingen komen veel voor in de Koran. Zo zegt Allah in één vers “Op de aarde hebben Wij vaste bergen geschapen, opdat zij hen niet doet schudden…” (Soera Al-Anbiya, 31). In een ander vers zegt Hij echter “U ziet de bergen en denkt dat ze bevroren zijn; terwijl ze worden voortgedreven zoals de wolken worden voortgedreven…” (Soera An-Naml, 88). (1) Deze verzen zijn tweevoudige, soortgelijke vertellingen. Dit toont ons een aparte en superieure vertelwijze van de Koran.

Door te zeggen “Daarvan zijn een deel van de verzen, die de moeder (grondslag) van het Boek zijn, muhkem; de andere zijn müteşabih. Degenen in wier harten een afwijking is, volgen wat daarvan müteşabih is om onrust te stoken en hun ongepaste interpretaties te geven…” (Soera Al Imran, 7) maakt Allah bekend dat degenen die aan dergelijke verzen blijven hangen, met ongepaste interpretaties naar tegenstrijdigheden zoeken en onrust stoken, mensen met ziekte in hun harten zijn.

Tot slot is er tussen de verzen niet de minste tegenstrijdigheid.