Terug naar de gids
AZTRENDEFRESNLRUITSQBSROKYDA

Antwoord op de bewering dat er een tegenstrijdigheid is in de verzen over de buit

Opnieuw zijn de verzen over ‘ de buit/de verdiensten ‘ een onderwerp dat sommige mensen, die zonder de onderwerpen te beheersen en met vooroordeel naar tegenstrijdigheden zoeken in de Koran, het woord van Allah, vaak als voorbeeld ter sprake brengen.

Volgens deze bewering van tegenstrijdigheid wordt in soera Al-Anfal, vers 1 van de Koran gezegd dat de buit van Allah en Zijn boodschapper is, terwijl in vers 41 van dezelfde soera geschreven staat dat een vijfde van de buit aan Allah en Zijn boodschapper toebehoort…
Volgens deze twee verzen:

  1. Is er een tegenstrijdigheid tussen de getallen in deze twee verzen?
  1. Waarom wordt aan Allah en Zijn profeet een aandeel gegeven, al is het maar een deel van de buit? God verhoede, hoe wordt verklaard dat Allah buit zou nemen?

ANTWOORD:

In het eerste vers van soera Al-Anfal staat de uitdrukking “kulil enfâlu lillâhi ver resûl”. Als zin zegt het vers: zeg als antwoord aan hen die vragen naar de Enfal (de buit): Zij zijn aan Allah en de profeet. Dat wil zeggen dat de mensen in de omgeving de profeet vragen wat er met de buit moet gebeuren. En de Koran zegt als antwoord hierop: “zij zijn aan Allah en aan de profeet”.

Hier wordt niet gezegd “de buit is van Allah en van de profeet”. Er wordt gezegd dat zij aan Allah is. De betekenis hiervan moet de zin zijn “het oordeel over de buit behoort aan Allah en Zijn boodschapper toe”. Allah en de profeet zijn geen twee afzonderlijke bronnen van oordeel, “resul” betekent immers boodschapper.

“Het bevel van Allah en Zijn boodschapper” betekent: het bevel dat Allah gebiedt en Zijn boodschapper brengt. Allah en Zijn boodschapper nemen geen gezamenlijk besluit. Want als dat zo was, zou Hij zeggen Allah en Mohammed. Maar de functie van Mohammed hier is dat hij “resul” is, dat wil zeggen de eigenschap van het brengen van de Boodschap.
Kortom: “Zij vragen naar de buit, het OORDEEL erover is aan Allah en Zijn boodschapper. Niet “de buit zelf”.

In de andere verzen (vers 41) wordt, met de buit zelf als bedoeling, gezegd dat 1/5 van Allah is. Hier hebben Allah en Zijn boodschapper de status van een instelling en een staat. Want voor de buit is het “oordeel” volledig aan de staat (Allah en Zijn boodschapper); van de hoeveelheid behoort een vijfde aan de staat. De rest is van de anderen. Ook dit vijfde zal worden verdeeld onder de profeet, zijn naasten, de wezen en de behoeftigen. Dat wil zeggen dat de Boodschapper, die het besluitvormend orgaan is (als een staat), dit namens Allah (daarom wordt gezegd Allah en de boodschapper) de enige rechter is in het oordeel over de buit, en in het aandeel rechter over een vijfde. De rest wordt aan de andere rechthebbenden gegeven.

In het licht van deze verklaringen is de betekenis van de betreffende verzen als volgt.

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَنفَالِ قُلِ ٱلْأَنفَالُ لِلَّهِ وَٱلرَّسُولِ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَصْلِحُوا۟ ذَاتَ بَيْنِكُمْ وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ

Soera Al-Anfal, vers 1:
Zij vragen jou naar het oordeel over de buit. Zeg: «Het oordeel over de buit behoort aan Allah en Zijn Boodschapper toe. Daarom, als jullie werkelijk geloven, vreest Allah, herstelt de verhoudingen onder elkaar, gehoorzaamt Allah en Zijn Boodschapper!

وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَا غَنِمْتُم مِّن شَىْءٍ فَأَنَّ لِلَّهِ خُمُسَهُۥ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ إِن كُنتُمْ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا يَوْمَ ٱلْفُرْقَانِ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ

Soera Al-Anfal, vers 41:
Als jullie geloven in wat Wij op de dag van het onderscheid, op de dag waarop de twee legers elkaar ontmoetten, aan Onze dienaar hebben neergezonden, en in ALLAH, weet dan dat een vijfde van elke buit die jullie in handen krijgen van ALLAH en Zijn Boodschapper is. Dit aandeel is het recht van de verwanten, de wezen, de armen en de gestrande reizigers. ALLAH is tot alles in Staat.

Conclusie:

In beide verzen wordt, wanneer de woordanalyses worden gemaakt, gezien dat de bevoegdheid om te oordelen over de buit/verdiensten in handen is van Allah en Zijn boodschapper. En zoals wij ook in het andere vers hebben gezien, behoort een vijfde van deze verdiensten ook weer aan Allah en Zijn boodschapper ( het staatssysteem) toe, om te worden besteed aan de behoeften van de behoeftigen in de samenleving.

Kortom, er is tussen de twee betreffende verzen absoluut geen tegenstrijdigheid, en in de vorm van het afnemen van een vijfde van dit soort verdiensten die in de samenleving ontstaan, met het doel ze aan de behoeftigen te geven, is ook een systeem gevormd dat zeer goed overeenstemt met de moderne wereld.

Omdat elk detail dat men met kwade bedoelingen in de gedachten probeert te vormen ertoe dient dat wij het woord van Allah beter begrijpen, is het bovendien een aanleiding tot dankbaarheid aan Allah…..