Komt het profeetschap uit het geslacht van Profeet Abraham of niet?
In de verzen van de Koran is er informatie over profeten die familiebanden met elkaar hebben. Een vers luidt bijvoorbeeld als volgt.
Aan Hem (Abraham) hebben Wij Isaak en Jakob geschonken. Aan zijn nageslacht gaven Wij het profeetschap en het boek. Wij gaven zijn beloning op deze wereld en in het hiernamaals zal hij bij de deugdzamen zijn. (29 Soera Al-Ankabut, 27)
In een ander vers wordt als volgt uitgedrukt dat naar elk volk een boodschapper is gezonden:
En voor elke gemeenschap hebben Wij een boodschapper gezonden die zei: “Dien Allah en houd je ver van afgoderij.” Sommigen van hen leidde Allah op het rechte pad, en anderen waren veroordeeld om in de dwaling te blijven. Reis over de aarde en let erop hoe het einde was van hen die loochenden. (16 Soera An-Nahl – 36)
Uitgaande van de uitspraken hier wordt geprobeerd de bewering als tegenspraak naar voren te brengen dat, als alle profeten uit dezelfde familie komen, hoe het dan mogelijk kan zijn dat naar elk volk een boodschapper wordt gezonden. Deze vraag ontstaat doordat de uitspraken in de verzen niet zorgvuldig worden gelezen. Wat in vers 27 van Soera Al-Ankabut wordt gezegd, is het feit dat aan het nageslacht van de profeet Abraham het profeetschap is gegeven. Maar de voorwaarde “alle profeten komen uit het geslacht van Abraham” is hier niet gesteld. Ook buiten het geslacht van Abraham zijn er andere profeten gezonden. In vers 36 van Soera An-Nahl wordt dit uitgedrukt. Naar elk volk is ook een boodschapper gezonden om de geboden van Allah over te brengen. Tussen de uitspraken in de twee verzen is er geen tegenspraak.