Wie zijn de zonen van Profeet Abraham?
Zij die op weg gaan met het vooroordeel dat er in de Koran een tegenspraak moet zijn, raken vaak door deze vaste ideeën hun bevattingsvermogen kwijt. De gedachte dat er een tegenspraak is tussen vers 71 van Soera Hud en vers 39 van Soera Ibrahim is er daar een van, en het is een kwestie die iedereen met een gemiddelde intelligentie en een gemiddeld geweten heel gemakkelijk zal begrijpen. Volgens de bewering krijgt Profeet Abraham in Soera Hud de blijde tijding van zijn zonen Isaak en Jakob, terwijl hij in Soera Ibrahim de blijde tijding van Ismaël en Isaak krijgt. Atheïstische bewering: de namen van de kinderen van Profeet Abraham die in de twee verzen genoemd worden, zijn, God verhoede, door elkaar gehaald en op deze manier in de Koran geschreven. Hoe logisch is deze bewering en bestaat er werkelijk zo’n tegenspraak?
Laten we allereerst de verzen opschrijven en kijken of er tussen de twee genoemde verzen een tegenspraak bestaat zoals wordt beweerd:
Zijn vrouw stond overeind, en daarop lachte zij. Wij gaven haar de blijde tijding van Isaak, en na Isaak van Jakob. (Soera Hud 71) In dit vers krijgt Profeet Abraham de blijde tijding van twee kinderen.
Laten we nu kijken naar het vers in Soera Ibrahim; “De lof behoort aan Allah, Die mij ondanks mijn ouderdom Ismaël en Isaak heeft geschonken. Voorwaar, mijn Heer is werkelijk de Horende van het gebed.” (Soera Ibrahim 39) in dit vers dankt Profeet Abraham Allah vanwege de zonen die Allah hem heeft geschonken en spreekt hij zijn liefde en respect voor Hem uit.
Terwijl er in het eerste vers een blijde tijding is die door Allah aan Profeet Abraham is gegeven, is er in het andere vers geen blijde tijding maar dankbaarheid vanwege de zonen die Allah hem heeft gegeven. Dat zijn drie kinderen in twee afzonderlijke verzen in verschillende combinaties worden genoemd, is, verre van een tegenspraak, juist een belagat van de Koran (taaleigenschap-superioriteit). Zij die in de Koran een tegenspraak zoeken, spannen zich met deze inspanning op de wereld vergeefs in, en in het hiernamaals zullen zij een zeer groot verlies lijden.