Al-Adiyat
Vertaling: Leemhuis
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ وَٱلْعَٰدِيَٰتِ ضَبْحًا
Bij de snuivend rennenden 100:1
فَٱلْمُورِيَٰتِ قَدْحًا
en de vonken slaanden 100:2
فَٱلْمُغِيرَٰتِ صُبْحًا
en de 's morgens aanstormenden, 100:3
فَأَثَرْنَ بِهِۦ نَقْعًا
die dan stof opwerpen 100:4
فَوَسَطْنَ بِهِۦ جَمْعًا
en dan midden in de slagorde doorbreken! 100:5
إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لِرَبِّهِۦ لَكَنُودٌ
De mens is zijn Heer niet erkentelijk. 100:6
وَإِنَّهُۥ عَلَىٰ ذَٰلِكَ لَشَهِيدٌ
Hij is er zelf getuige van. 100:7
وَإِنَّهُۥ لِحُبِّ ٱلْخَيْرِ لَشَدِيدٌ
Het bezit heeft hij hevig lief. * 100:8
أَفَلَا يَعْلَمُ إِذَا بُعْثِرَ مَا فِى ٱلْقُبُورِ
Weet hij het dan niet? Wanneer wat in de graven is wordt omgewoeld 100:9
وَحُصِّلَ مَا فِى ٱلصُّدُورِ
en wat in het binnenste is tevoorschijn wordt gebracht, 100:10
إِنَّ رَبَّهُم بِهِمْ يَوْمَئِذٍ لَّخَبِيرٌۢ
dan is hun Heer op die dag over hen welingelicht. 100:11